Nasleep - Achtergrond

Nasleep in de 21e eeuw – Deel 4 – slotakkoord

(Deel 4 van 4 – lees hier deel 1, 2 en 3)

Laatste restjes licht tussen de donkerblauwe wolken in de westelijke lucht; de zon is al uren weg. Binnen zijn de lichten ook uit, behalve de kerstlampjes die Floris’ vrienden vorig jaar boven de bar en overal rondom op ooghoogte hebben opgehangen, de waxinelichtjes en de kaarsen in wijnflessen. En de lampen op het lage podium, het podium dat je overdag nauwelijks opmerkt omdat er twee vijfpersoons tafels op staan.

Bram en Floris hebben de tafels en zithoeken aan de kant geschoven, toen iedereen klaar was met eten, en Floris heeft Casper en Maria aangekondigd. De Angus & Julia Stone van de Lage Landen, maar dan een Julia zonder babystem en met dijk van een stem. En met meer beats. Maria van Rossum en Casper Bracht.
Je moet echt bij de radio, jij, zegt Line wel eens.
Reflex: Nee hoor, ik moet niks. En soms: Nee, ik moet op een podium, waar ik ben.
Maar het klopt, Floris geniet. Hij houdt van de microfoon, net zoals wanneer hij met zijn ogen dicht staat te zingen, dan verschijnt er een brede glimlach op zijn gezicht die hij er niet van af kan en wil vegen. Het contact met de mensen als hij ze weer opent.

Zijn schoolvriendengroep kwam eten, heeft al weken van tevoren gereserveerd. Twee tafels aan elkaar geschoven. Floris ging er zo vaak mogelijk bij zitten, op de rand van de tafel, om wijn bij te schenken – van het huis –, extra voorgerechtjes te brengen – ook van het huis –, cadeaus uit te pakken. Sommigen kent hij al sinds de kleuters, anderen zijn er in de loop van de middelbare bij gekomen. Stephan, Ava, Eli, Sophie en haar vriendje Thomas, die leuke jongen uit de Jumbo. Sophie zit nog op school, vwo. Bijbaantje in de thuiszorg – het is soms griezelig hoe precies de keuzes die mensen maken bij ze passen. Lieve Sophie. Ze wil dan ook verpleegkunde studeren, maar dat betekent geen weggegooid vwo, zegt ze steeds. Er bestaan verdiepingstrajecten, je kunt ook onderzoek gaan doen als verpleegkundige, zelfs promoveren. En los daarvan.
Floris’ bandleden; Werner, Julia, Elbrich, Lysa, instrumenten in hoezen al tegen de stoelen of onder de tafel. Die laatste drie oorspronkelijk Sophies vriendinnen, maar inmiddels ook zijn vriendinnen.

Ze blijven allemaal slapen, matjes, matrassen en slaapzakken al uitgespreid in de gang en de paar kamers van het appartement. Ava en Stephan omdat ze anders niet meer thuiskomen in Amsterdam en Utrecht, de rest woont nog hier maar blijft logeren uit nostalgie. Al die tientallen slaapfeestjes, zonder en met gelegenheid, met filmmarathons (Grease, The Devil Wears Prada, Notting Hill, Lizzie McGuire en erger), vuurschalen in de tuin bij mooi weer, ongezond ontbijt. Floris wilde ze morgenochtend allemaal weer hier aan tafel zien zitten, met zon en zachte opstamuziek en poffertjes en pyjama’s en Nazli’s shakshouka.

Hilde heeft bloemen gestuurd vanuit Amerika waar ze een tussenjaar doet, stijlvol als altijd. Hij kent niemand anders van hun leeftijd die bloemen laat bezorgen. Hij heeft een filmpje opgenomen om haar te bedanken, selfiestand, Tulpen uit Nieuw Amsterdam, perfecte timing, Willem. Ze reageerde meteen: Mis jullie, wou dat ik erbij kon zijn. God, ik wil weer Nederlands praten. In hun appgroep regent het altijd domme filmpjes en memes, zo erg dat Floris het niet bijbeent. Om niet te spreken van de familieapp, de Vermeerentjes. Ze hebben toch maar een mobiel voor de tweeling gekocht, omdat Alexander Marthe dan zeker weten nooit hoeft lastig te vallen om iets te regelen. Maar nu maakt vooral Rebecca schaamtelijk misbruik van die telefoon voor mislukte selfies in een groep waar hij niet eens in zit. Hij is een Starrenburg.

Kaarten, flessen drank – bijzondere, andere dan Floris hier al heeft staan –, een ingelijste fotocollage van Ava. Eli overhandigde hem twee enorme jungleplanten en een kleinere met oranje bloemen. We vonden groen het enige wat nog ontbreekt hier.
Floris kreunde. Moet ik dat ook nog gaan doen? Hoe dan, wanneer dan? Floris ‘Wanneer dan?’ Vermeeren. Hoe zie je dat voor je?
Ze glimlachte engelachtig. We hebben speciaal de meest onderhoudsintensieve uitgezocht.
Mevrouw Onderhoudsintensief, zei hij. Nou, je wordt bedankt! Fantastisch. Kom jij ze dan ook intensief water geven? Tot morgen en tot overmorgen en tot volgende week dan maar.
Eli was zijn groep acht-liefde, en andersom. Het was echte liefde, maar niet onverwoestbaar; vijf maanden. Ze is vrolijk, levendig, giechelig. Witblond haar, paardenstaart, donkere wenkbrauwen.

Je gaat nooit meer mee op stap, klagen zijn vrienden steeds vaker het afgelopen jaar.
Kom maar hier indrinken en nazitten, zegt hij dan en dat doen ze ook, of: Ik ben altijd op stap. Maar vanavond heeft hij zich laten verplichten tot minimaal twee keer per maand, op straffe van een avond geblinddoekt stappen. Laffe borrelaar.

Floris mixt cocktails, tapt fluitjes en vaasjes. Hij maakt er een sport van om van iedereen te onthouden wat hij drinkt, voor de volgende keer; Café de Floor moet het hebben van vaste gasten. Huisgemaakte miniloempia’s, dim sum, vega sushi. Hij schuift shotjes over de bar naar zijn stoere lievelingsnichtje Meyen, haar zus en vriendinnen, die van de gin-tonics in een volgend stadium zijn beland. Zij gaan ook vaak mee uit met de groep. Zijn tante Rianna is er ook, en zelfs haar man, de immer chagrijnige, maar als hij wil ook bijtend grappige Alwin. Ze hebben een hele rij kinderen gekregen, met bijzondere, middeleeuws klinkende namen. Hebben ze nog iets goed gedaan. Een van de jongste, Arian, zit met Rebecca aan het uiteinde van de bar naast de keukendeur appelsapjes weg te tikken alsof het Hertog Jannen zijn. Adtje voor de sfeer.
Hé achtstegroeper!
zei Floris toen ze binnenkwam.
De vijf kinderen van Simon en Maria zitten ernaast en lopen tussen het publiek rond. Bijna broertjes en zusjes voor Floris en zijn zussen, de jongste twee ook een tweeling.

Line nam tijdens etenstijd telkens de bar over als Floris wegliep, en staat nu naast hem de golven mensen op te vangen, net als Dilara. Bram en Zoë lopen rond, hun taak nu vooral glazen halen. Line vindt het niet leuk, weet hij heel goed, maar ze is er wel goed in, gestructureerd, efficiënt. Floris masseert af en toe haar schouders terwijl hij met mensen staat te praten. Eén keer buigt hij diep voorover en zegt ‘dankjewel’ in haar oor. Haar donkere krullen, haar gebruinde sterke armen uit de te wijde mouwen. Mijn meisje, dat mag hij al helemaal niet zeggen, maar het voelt zo goed. Ze zijn bijna drie jaar bij elkaar. Hij wil dertig met haar worden, zestig, tachtig; zij laat zich er niet over uit. Hechting.
Ze draagt een van zijn shirts als jurk-die-niet-te-veel-op-een-jurk-lijkt, dat zegt toch wel iets?
Ze houdt haar hand op, ‘Gooi maar in mijn pet,’ en gaat onverstoorbaar verder met cola openen.

Marthe staat in een van de middelste rijen, ver genoeg naar achteren voor Floris om haar gezicht te zien, en kijkt met glanzende ogen op naar Casper in het blauwe en paarse licht. Half opgestoken haar, crèmekleurige huid, strak steenrood-wit gestreept T-shirt met lange mouwen. Bretonse strepen. Slanke vingers om haar alcoholvrije cocktail. Een Bob Vermeeren Deluxe – Virgin Marthe Vermeeren zou een te nare bijsmaak hebben gehad. Vanillesiroop, aardbeienpuree, sinaasappel, basilicum. De gewone Marthe Vermeeren Deluxe bestaat wel, met een scheut wodka erin. Marthe drinkt nooit. Alexander drinkt wel, maar Floris heeft hem nog nooit dronken meegemaakt. Daar kan hij zich niet achter verschuilen, zijn vader. Controle.
Ze was een hele tijd met Jorinde in gesprek verwikkeld, Marthe met haar arm om de niet eens meer veel kleinere Rosanne heen; nu luisteren ze stil naast elkaar naar de muziek. Mevrouw het slachtoffer en mevrouw de rechter. Jorinde een aantal jaar jonger dan Floris’ moeder.
Floris zoekt met zijn ogen de zaal af naar waar Rosanne nu is, en vindt haar slapend door alle herrie op de lekkerste oude bank tegen de muur, onder een van de fleecedekens. Boven haar de plank met spelletjes.
Em en Anne hangen een stukje verderop op houten stoelen, Em met haar benen over de schoot van Floris’ zus, logischer dan andersom; Anne met de hond als voetenkleedje. Haar vriendin heeft ook krullen, (je zoekt altijd naar wat je zelf niet hebt, blijkbaar, complementaire kleuren) en een open gezicht. Ze zijn allebei niet groot.
Jonne en Simon zijn juist helemaal vooraan gaan staan.

Aan het stuk muur naast de deur boven de jukebox hangen polaroids. Floris heeft ook nu de camera prominent neergelegd. Elke foto met stift gedateerd en gelabeld. #Flobecca: Floris en zijn zusjes, pretbekkies. #Florinde: de rechter en hij, hij vroeg bezorgd of dat wel oké was, maar ze wuifde zijn bezwaren weg. #Flusanna: veel gebeurd, er samen beter uit gekomen. #Fline: spreekt voor zich. #Floriedereen: wisselende samenstellingen van blijheid.

#Florexander: Floris en zijn vader vorig jaar bij het tekenen van het contract voor dit gebouw. Zijn vaders ogen staren zoals altijd naar de camera en de persoon erachter – de notaris, in dit geval – alsof ze er een gat in willen branden, maar zijn mond lacht zoals die van zijn zoon. Floris heeft een van Alexanders blauwe pakken aan, met een rode stropdas van hemzelf; Alexander draagt zijn oude kloffie, niet on-netjes maar ook niks bijzonders. Zelfde soort metalen horloge, dat van Floris samen gekocht.
Ze omhelzen elkaar haast nooit, zij tweeën. Voor het laatst toen Alexander uit de gevangenis kwam.
Hij is nu alleen in zijn stille huis.
Of niet? Dat hangt hij zijn kinderen niet aan hun neus. Zelfs niet bij therapie. Voor hun eigen bestwil?
Zou zijn vader ooit nog een keer normaal verliefd kunnen worden? Een normale relatie kunnen krijgen?  
Verdachte heeft, in ieder geval op het moment dat hij de feiten pleegde, geen enkel inzicht getoond in de gevolgen voor en de gevoelens van anderen, in de eerste plaats het slachtoffer. ‘Getoond’ is het cruciale woord hier. Dat rekent de rechtbank hem zwaar aan.
Ergens anders stond: houdt weinig tot geen rekening met.

Even naar buiten. Floris pakt Simona’s sigaret tussen haar vingers vandaan. Sophies zus, zijn oud-klasgenoot, staat half tegen de deurpost, half tegen de ruit geleund, onder het uithangbord. Hun andere zus Isa is ergens binnen, een leuk meisje dat op Susanna lijkt, met een soort bordercollieneiging om iedereen er steeds bij te betrekken.
Floris schrikt en hoest, gooit de peuk ver van zich af alsof hij zich heeft gebrand. ‘Joint!’
Simona lacht hem uit.
‘Debiel! Ik ben aan het werk!’ Hij geeft haar een duw.
Simona haalt alleen maar haar schouders op, nog steeds giechelend. ‘Rook je dat niet? Naïef banaantje.’
Hij pakt zwijgend een nieuwe, een gewone, uit het pakje dat uit de zak van haar open zwartleren bikerjack steekt. Ze is dun, met loshangend steil lichtblond haar tot haar taille.
‘Weet je mama dat?’ vraagt ze.
‘ABBA,’ zegt Floris. ‘Weet jouw pa dit?’ En jouw pa?
‘Ik ben volwassen.’ Negentien, een jaar ouder, in de derde blijven zitten en nu weer gezakt.
‘En ik ben vier.’
Dan: ‘Práát me er niet van. Ik word gek daar.’ Simona en Sophie wonen op een boerderij vlakbij Anne, een roteind fietsen van school. Met oudere en jongere zussen en broertjes, en een erg gristelijke vader en stiefmoeder. Hun moeder stierf toen Simona zes was.

Ze ademen rook in en uit en kijken naar de lichtjes op het water, de sterren tussen de wolken, de verlichte kerktorens. Floris hoort het carillon door de vervaagde muziek heen. Elk kwartier het carillon. En de ruisende blaadjes van de plataan, stemmen van meer mensen, rokers, frisseluchthappers, voorbijgangers.
‘Duurt dat Vavogebeuren nou echt een jaar?’ vraagt Floris. ‘Kan Engels niet sneller? Je kunt toch wel Engels.’
‘Ik heb dyslexie.’ Lachje, witte tanden, lipgloss, twinkelende bruine ogen.
‘Wat? Heb je ze dat wijsgemaakt? Je geeft eerlijke, sappelende dyscalculisten als ik een slechte naam. Weet je hoeveel moeite het mij heeft gekost om die verklaring te krijgen?’ Vooral omdat hij niet de zielige kaart wilde spelen, het Heb je hem weer-gevoel bij een paar mensen moest wegnemen.
‘En wat ga je daarna doen?’ vraagt hij.
Ze trekt haar schouders haast tot boven haar oren, handen in de lucht.
‘Wil je niet hier komen werken tot je het weet?’
‘Ja, moi,’ zegt Simona. ‘Heb je mij wel eens ontmoet? Ja mevrouw, nee meneer, heeft het gesmaakt, heeft u al een keuze kunnen maken?
‘Oké, oké.’ Hij heft zijn handen ook op. ‘Dit is geen meneer-en-mevrouw-restaurant, hoor.’
‘Wel als er gezeik is, toch?’
‘Wel als er gezeik is. Als het moet,’ zucht Floris. ‘Sorry mevrouw, het is leuk dat u gekomen bent, maar het is nog leuker als u weggaat.
Hoe is het met de mannen?’ vraagt hij dan.
Simona’s ogen beginnen weer te glimmen. ‘O, ik heb hier al wel weer wat gespot.’
Ze vraagt niet naar Line. Ze keurde Line geen blik waardig op school, en daardoor gaf Line haar ook de vinger. Te alternatief, niet ‘cool’. Buitensluiten, valse rotopmerkingen, kinderachtig eigenlijk. Floris kan met iedereen meestal wel goed.
En hij is nooit ingegaan op Simona’s flirtpogingen, en dat neemt ze Line kwalijk, niet hem, vermoedt hij. Hoewel hij Simona aantrekkelijk vindt, grappig, scherp. Maar hij wil iets serieus. Hij heeft altijd, van jongs af aan, alleen maar echt heel erg verliefd willen zijn. Dat is Alexanders schuld. En serieus, dat moet je bij Simona nog niet zoeken.

‘En nu wil ik het podium graag weer teruggeven aan de jongere generatie,’ zegt Casper, ‘want die speelt ook niet onverdienstelijk, maak ik – in één geval tenminste – al bijna tien jaar van dichtbij mee. Hier is Dus.’
Op de golven van het applaus.
Floris pakt de microfoon van de standaard, bas om zijn bovenlijf. ‘Dit is alweer geen egotrip,’ zegt hij terwijl de anderen zich om hem heen installeren, alles testen. Julia: zwart fladderjurkje, knalrode lippen, ook een dijk van een stem. Elbrich: toetsen, meer klassieke achtergrondzang, nauwelijks make-up. Werner: gitaar. Lysa: piepklein, brutaal, drumt als Floris bast en andersom.

Dit is geen egodocument. Zo begonnen de aftitels van Hoe het zit. Zijn documentaire.
It takes a village, en alles.
DANKJULLIEWEL.
Deze film en ik zijn mede mogelijk gemaakt door:
En dan alle namen, alle alle namen. Samen met Ava heeft hij iets grafisch gedaan met elke naam of groep namen. De aftiteling rekent hij niet mee in de twintig minuten film; bij Lord of the Rings kun je dat ook beter niet doen. Voor Marthe liet hij alleen maar dertig seconden lang – een filmeeuwigheid – een schermvullend, geverfd hart kloppen. Zelfs voor de sponsoren had Ava een animatie verzonnen.
De achternamen alleen initialen, net als zij in de media en de officiële berichtgeving. Alexander S. De familie V. Achteraf gezien wel handig, met de AVG. Als hij ooit nog iets wil met de film.
Eli W. Stephan van der L. Floris heeft ze beiden een minuut zendtijd gegeven, naar eigen inzicht. Om zichzelf voor te stellen. Schokkerige beelden van zwaaiende mensen, de tuin bij Eli’s ouders, het vrachtwagenbedrijf van Stephans gescheiden vader.
Ava van E., oftewel Om Zeep Producties, oftewel ‘kalmte kan u redden’, oftewel ‘rustaaaagh’.

Nu heeft Ava weer zoiets gemaakt, voor op het scherm achter hen, waarop nu nog alleen verfbommen uit elkaar spatten.
Ga je het nou echt naar jezelf noemen? Serieus? Onze Zonnekoning? Dank, Li,’ Floris’ ogen zoeken en vinden die van Line in het publiek, heldergroene lichtjes, kijken dan weer de rijen langs, ‘mijn grootste critica en grootste fan, mijn spiegel, mijn leven, ja, fijn, hè, vind je leuk, hè, heerlijk, hè,’ hij steekt zijn tong naar haar uit, ‘nee, maar zonder gekheid. Dank je.’ Heel zachtjes, die laatste twee woorden. Hij blaast een kus haar kant op.

Al mijn klassen, maar vooral 5Hc: Anwar H., Liv op den D., Daniëlle ‘Daantje de Wereldkampioen’ M., Priya S., Koen A., Sezen Y., Mitchell van den I., Robin van V., Oscar T., Demi O. E., (Farewell) Cheyenne ‘Once upon a time in the West’ G.K., M-A-N-O-N ‘verliefd op elke letter’ de G., Fenna C., Murad K., (Nena &) Kim W., Dunya ‘Wereld’ I., Nourdin al F., Werner D., Wietse T., en zelfs Renée B., Jelmer van Z. en Camilo P. de T. – ik hoop dat we ooit wel met elkaar door één deur kunnen. ‘We kunnen het uitpraten onder een kopje koffie.’
Enzovoort, enzovoort, enzovoort.
Roald D., Tonke D., Astrid L., en natuurlijk de onsterfelijke Annie M.G.

Floris gebaart Casper terug het podium op, hij heeft zijn semi-akoestische gitaar nog niet weggelegd, en slaat een arm om hem heen. Stiefvader. Casper heeft nog nooit gehoord wat ze gaan doen, maar het is Casper.
Ze hebben de namen op muziek gezet dit keer, nu wel naam en toenaam. Eerst dagenlang geoefend met boodschappenlijstjes en advertenties zingen en half rappen, in het geklapte, getrommelde, gevingerknipte ritme komen, zonder struikelen en stotteren.

De geweldige mensen van AH 1*** plus aanhang, lievere oppassen, trouwere collega’s en beter pannenkoekenpicknickgezelschap bestaat niet: Ahmed en Loes(je) ‘van de drummer van de band’ Benjelloun, Milou Greidanus, Jerzy de Wolff, Anja Telkamp, Sunna Ornek, Fay van Emden en Tjalling Sijtsma, Sadé Felicia, Brechtje Oldenhof, Rink de Meester, de onvermoeibare Hans-Peter ‘Harry Piekema is er niks bij’ Blauw, etcetera, etcetera, etcetera hoera. Zonder wie we veel vaker zonder sokken naar school zouden zijn gegaan.
De mensen van de markt: Louis ‘Maar ja, ik heb geen bananen’ Keijzer, John ‘Ik heb geen bananen vandaag’ van Tijn, Dragan ‘ ‘k Heb radijsjes, hele mooie’ Ibrahimi, en vele, vele anderen.

De helden uit de keuken en de bediening: geen woorden voor. Carolijn ‘Sweet Caroline, Caro Emerald’ Derkx, Mahmoud Elbaz, Vera Zapatero, Gijs Holwerda; Dilara ‘Leeuwtje/Narnia’ Aslan, enzovoort, enzovoort. Ze staan tussen de toeschouwers, de lichten achter de klapdeur uit, opruimen kan morgen ook nog.
De neeffies en nichies: Lena, Alwin Twee, Meyen, Bruno, Arian(na), Carl, en hun ouders: (A)rianna en Alwin Arkelsteyn.
Nog een keer Eli Winterson, mijn beste ex-vriendin. En Susanna den Hartogh, mijn beste ex-bijna-vriendin, compagnon en partner in crime – toch? Hoop ik?
‘Het is niet eens mede mogelijk. Jullie hebben Café de Floor mogelijk gemaakt. Het afgelopen jaar en op nog honderd jaar,’ zegt Floris. ‘Dit nummer heet Mogelijk.’

Musica

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.